Dutch » German

Translations for „onzuiver“ in the Dutch » German Dictionary (Go to German » Dutch)

on·zui·ver [ɔnzœyvər] ADJ

1. onzuiver (niet zuiver):

onzuiver
onzuiver
onzuiver water
unreine(s) [o. unsaubere(s)] Wasser nt

2. onzuiver (afwijkend):

onzuiver
onzuiver
een onzuiver rijm
een onzuiver schot
onzuiver zingen

3. onzuiver (bruto):

onzuiver
onzuiver
Brutto-
het onzuiver inkomen

Usage examples with onzuiver

onzuiver water
unreine(s) [o. unsaubere(s)] Wasser nt
onzuiver zingen
een onzuiver rijm
een onzuiver schot
het onzuiver inkomen

Choose your language Deutsch | English | Español | Italiano | Polski