Dutch » German

op·stoot·je <opstootje|s> [ɔpstocə] N nt

kop·stoot <kop|stoten> [kɔpstot] N m

1. kopstoot (kopbal):

2. kopstoot (stoot met het (voor)hoofd):

3. kopstoot (bier en jenever):

bots·au·too·tje <botsautootje|s> [bɔtsɑutocə, bɔtsotocə] N nt

koel·tjes1 [kulcəs] ADJ pred (een beetje koud)

kap·per·tjes [kɑpərcəs] N pl

moot·jes [mocəs] N pl

op·sto·ken <stookte op, h. opgestookt> [ɔpstokə(n)] VB trans

1. opstoken (sterker doen branden):

2. opstoken (verstoken):

kraai·en·poot·jes [krajə(n)pocəs] N pl


Choose your language Deutsch | English | Español | Italiano | Polski