Dutch » German

Translations for „kaart“ in the Dutch » German Dictionary (Go to German » Dutch)

kaart <kaart|en> [kart] N f

2. kaart (toebedeelde speelkaarten):

kaart
Karte f
kaart
Blatt nt
dat is doorgestoken kaart fig
geen haalbare kaart fig
open kaart spelen fig

4. kaart:

kaart (toegangskaart)
Karte f
kaart (verkehr)

5. kaart (ansichtkaart):

kaart
Karte f

Choose your language Deutsch | English | Español | Italiano | Polski